Stel, u hebt een vraag over type 2 diabetes, en u wilt weten wat het beste beleid is. Deze informatie vindt u bij uitstek in een richtlijn. De auteurs hebben immers alle informatie over deze vraag bij elkaar gezocht, op hun kwaliteit beoordeeld en besproken. Op basis daarvan stellen ze een richtlijn op met praktische adviezen voor de clinicus. Een richtlijn berust dus op resultaten van wetenschappelijk onderzoek met een daarop gebaseerde discussie en aansluitende consensus.
Consensus-based richtlijnen geven een op de opinie van verschillende experts gebaseerd antwoord op uitgangsvragen. Dat kan zijn omdat er onvoldoende literatuur beschikbaar is, maar evengoed omdat de richtlijnauteurs niet naar wetenschappelijk bewijs hebben gezocht. De consensus kan worden bereikt via informele discussie of via een formele Delphi-methode of nominale groepstechniek.

Evidence-based richtlijnen zijn ontwikkeld volgens een strikte methodologie. Dit wil zeggen dat op systematische wijze is gezocht in de literatuur naar wetenschappelijk bewijs over het onderwerp, en dat er een duidelijk verband bestaat tussen dit bewijs en de aanbevelingen.

Het verschil met een systematische review (SR) is dat een SR geen aanbevelingen formuleert, maar louter een literatuuroverzicht is waar publicaties over een bepaald thema of onderzoeksvraag bijeengebracht zijn, en waarvan het wetenschappelijk bewijs is beoordeeld. Het is op zich dus geen richtlijn, maar kan hiervoor wel een goede basis zijn.
De vraag blijft steeds hoe zwaar het verzamelde materiaal weegt, en hoe krachtig het bewijs is. Goede richtlijnen geven dit aan met een niveau van bewijskracht, een soort quotering voor de sterkte van het wetenschappelijk bewijs. Almaar vaker geven richtlijnontwikkelaars ook een zogenaamde graad van aanbeveling of ‘grade of recommendation’ aan hun aanbevelingen. Hiermee geven ze aan hoe sterk een aanbeveling is, met andere woorden hoe sterk het wetenschappelijk bewijs is, afgewogen tegen de voor- en nadelen ervan (bijwerkingen, kosten,…) binnen een bepaalde zorgcontext. 

Een richtlijn is geen protocol, noch een zorgtraject. Een protocol ondersteunt zorgverleners bij het uitvoeren van zorginhoudelijke handelingen, en legt dus stap voor stap uit hoe deze moeten worden uitgevoerd. Een zorgpad heeft tot doel om de zorg verleend door leden van een multidisciplinair team op elkaar af te stemmen voor een welbepaalde patiëntenpopulatie.

Het bestaande aanbod van richtlijnen, standaarden, protocollen, zorgtrajecten,… is groot. Het blijft daarom belangrijk om als clinicus een richtlijn eerst te beoordelen, en het kaf van het koren te scheiden: komen alle belangrijke opties en uitkomsten aan bod? Is de procedure om het bewijsmateriaal te verzamelen en te beoordelen expliciet en adequaat? Is de richtlijn actueel genoeg? Werd de richtlijn onderworpen aan een commentaarronde? En werd het effect van de richtlijn wel geëvalueerd? Allemaal aspecten die men kan beoordelen aan de hand van het internationaal erkende AGREE II-instrument